Bij desserts wordt het al net zo ingewikkeld.  In grote lijnen lijken er 2 kampen te zijn: in de nuance zijn ze het echter toch voor een groot deel eens!

Kamp 1: Kies een lichtere, iets minder zoete wijn dan het dessert zelf!  Het gebeurt maar al te vaak dat een te zoete dessertwijn de smaakpapillen overwelmt  met zoetigheid. Dit kamp kiest dus voor een iets minder zoete ,lichtere wijn bij het dessert.
Kamp 2: De dessertwijn zou iets zoeter moeten zijn dan het dessert zelf: het voegt zich dan beter naar de aard van het zoete dessert en ook het mondgevoel komt beter overeen.

En dan nu de nuances:
1. Als het een dessert betreft, met naast het zoet ook vrij veel zuur om dit te compenseren, ga dan voor de lichtere dessertwijn, zoals bijvoorbeeld een Moscato d’Asti. Het zal hier meestal een dessert op basis van fruit betreffen. Ook de zoete Rieslings komen dan pas tot hun recht, aangezien deze, net als het dessert zelf het moet hebben van de balans tussen zoet en zuur.
2. Omgekeerd: kies geen wijn op basis van Riesling of iets dergelijks, bij desserts waar weinig zuren in zitten, zoals caramel , chocolade etc.Het zuur zal dan duidelijker naar voren komen en past over het algemeen niet bij het (miere) zoete toetje.
3. En bedenk; kaas is soms ook een dessert en combineert vaak voortreffelijk met een zoetere wijn. Denk bijvoorbeeld maar eens aan de klassieke combinatie van port en Stilton….
4. Soms is een dessertwijn zo zoet, stroperig en vooral lekker, dat het eigenlijk een dessert op zichzelf is en er ook erg weinig desserts zijn die daarbij stand houden. Denk bijvoorbeeld aan de betere Pedro Ximenez , Trockenbeerenauslese of Sauternes.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *